Rondreis door Oeganda met Guus en Anke

Rondreis door Oeganda met Guus en Anke

Na een paar maanden voorbereiden, wat overigens vooral bestond uit het bij elkaar sprokkelen van wat onze ‘Oegandese branch of the family’ had besteld, waaronder negen bikini’s, een paar sandalen, twee overhemden, contactlenzen etc., was het dan toch vier april (2016) geworden. Om half zeven werden we opgehaald en om half acht waren we op Schiphol. Het was druk, maar het inchecken en de veiligheidscontroles verliepen voorspoedig.
Om kwart voor 11 steeg vlucht KL 0537 op voor de reis naar Kigali (Rwanda) en vervolgens naar Entebbe. Riant gezeten (en betaald) op twee stoelen bij de nooduitgang met veel plek voor mijn lange benen zijn we eigenlijk best wel comfortabel naar Oeganda gereisd. Het is mij in elk geval zeer meegevallen.
Rond half 10 ‘s avonds, Oegandese tijd, landden we op Entebbe. Na twee x 100$ afgetikt te hebben voor een visum, konden we onze veel te zware tassen van de lopende band plukken. Onze afgesproken pick-up had andere dingen te doen, dus zijn we met een taxi naar Entebbe Airport Guesthouse gegaan. Aardedonker, grote gaten in de wegen, warm, onze eerste kennismaking met Afrika!
Het guesthouse bleek bij daglicht over een prachtige tuin te beschikken met vele exotische bloemen en vogels. We zouden worden opgehaald door Hollie, een Keniaanse vriendin van Anna en Sverre. Wij hadden een reis van in totaal een uur of 15 gemaakt, maar Hollie was de dag ervoor teruggekomen uit Vietnam, een reis van minstens 40 uur en was dus een beetje brak.
Rond een uur of één zouden we Sverre en Anna treffen bij de garage in Kampala, waar hun auto een beurt zou krijgen gedurende onze twee weken durende rondreis door Noord Oost Oeganda.
De autoreis van Entebbe naar Kampala was een ongekende ervaring. Stervensdruk met boda boda’s (taxibrommers met drie tot vijf man erop plus een zak mango’s), matatu’s (taxibusjes voor 12 personen, waar er met gemak 18 in passen plus kippen op het dak), vrachtauto’s etc. in ongekende dichtheden die allemaal tegelijk van Entebbe naar Kampala willen.
Langs een weg die ter weerszijden bezaaid is met allerlei mogelijke handeltjes, winkels, huisjes en heel veel mensen die een praatje maken, zomaar staan te kijken, aan het werk zijn of een tukkie doen. De locatie waar we Anna en Sverre zouden oppikken, lag nogal verstopt in de buitenwijken van Kampala, dus dat duurde nogal. Hollie, van huis Keniaanse maar al 6 jaar woonachtig in Oeganda en redelijk bedreven in het Engels, Swahili en Lungandees had er toch ettelijke telefoontjes voor nodig om de juiste plek te vinden.
En daar waren ze dan! Sverre en Anna, anderhalf jaar lang niet gezien, ja beetje via Skype en via de mail, maar niet in levende lijve! Dat voelde erg goed om ze weer vast te houden. Ze waren heel moe na een lange en heftige periode op de Mihingo Lodge en waren erg toe aan een paar rustige weken met de oudjes uit Holland.
Met z’n vijven zijn we verder gereden naar de Wild Water Lodge op een eilandje in de Nijl, een kilometer of 30 van Jinja, waar de Nijl ontspringt uit het Victoriameer. Met een akelige berg bagage, wij met ons vieren en een roeier door de stroomversnellingen van de Nijl. Als dat maar goed gaat! Dat ging het, maar het zou nog veel erger worden. Vanaf de steiger naar onze kamer voerde het pad over een houten plankier. Daar liepen we dan in de rimboe, begeleid door oorverdovende herrie waarvan ik aanvankelijk dacht dat iemand met een slijptol ijzeren dingen stond door te slijpen o.i.d. Dat bleken echter krekels te zijn die hun beste pootje voor zetten. Die ‘slijptollen’ hebben we verder de hele vakantie gehoord. Over bagage hoef je je niet te bekommeren, die wordt gewoon achter je aan gedragen. Zijn ze zo gewend hier…
Onze kamer, beter ons huisje, was een openbaring! Prachtig ingericht, groot bed met nog grotere klamboe, kamerjassen in lokale stijl, een geweldige badkamer, een balkon met ligbad met uitzicht op de Nijl! Onvoorstelbaar, wat een luxe, zeker na wat we onderweg hebben gezien.
Anna en Sverre hadden een verrassing voor ons. De volgende dag zouden we om negen uur worden opgehaald bij de steiger aan de overkant. Daar stond inderdaad een taxi op ons te wachten, een van plakband, Bisonkit en ijzerdraad aan elkaar hangende Peugeot 405 uit het jaar kruik. Maar het moet gezegd, de chauffeur heeft ons bekwaam en heelhuids afgeleverd op de raftsite. Want de verrassing was dat we gingen raften op de Nijl. Och ja, once in a lifetime, YOLO. Het eindpunt van de raft was ca 20 km en negen rapids verder. Allemaal een zwemvest aan, een helm op en een peddel in hand en hup, de boot in.
Roberto, een tamelijk stoïcijnse Oegandees met dreadlocks, was onze gids. Eerst een half uurtje oefenen hoe uit de boot te vallen, hoe er vervolgens zo elegant mogelijk weer in te komen, wat overigens een stuk lastiger is, wat te doen als de boot boven op je valt, kortom, van veiligheid werd serieus werk gemaakt. En dan het echte werk! Bij de eerste stroomversnelling ging het al mis, we liepen midden in de golven aan de grond op een paar grote keien! Met veel getrek en geduw zijn we weer vlot gekomen en vervolgens achteruit de waterval af gedoken. The Dutch approach, zullen we maar zeggen. Voor de lunch hebben we zo vijf rapids ‘genomen’, dat was the easy part. Bij alle vijf zijn we min of meer ‘gewoon’ in de boot blijven zitten.
Daarna nog vier rapids. Staande golven, draaikolken, heftig schuimende massa’s water hebben we zo bedwongen. Tot de laatste, de Nile Special. Volgens Roberto geheid zeker dat we uit de boot zouden gaan. En dat gingen we dan ook! Alsof je in een wasmachine zat! De momenten waarop je kon ademhalen en wanneer niet wisselden elkaar in hoog tempo af. Ik heb het gevoel de halve Nijl te hebben leeggedronken, en Anke de andere helft. Het was een mooie, maar wel heftige ervaring.
De volgende dag en nacht zouden stukken primitiever worden, hadden Anna en Sverre ons bemoedigend toevertrouwd. Na Wild Water Lodge is alles basic, maar dat terzijde. Dat klopte dus heel erg. Een groot deel van de dag ging de reis over z.g. dirt roads. Dat zijn onverharde wegen, bestaande uit rode klei, gaten waar je met paard en wagen in kunt omdraaien, bulten waar je niet overheen kunt kijken, rijsporen zo diep dat je een trapje nodig hebt om er uit te komen en dan ook nog tegenliggers, meestal grote vrachtwagens.
‘s Avonds, net voor het invallen van de schemering, aangekomen in Pian Upe Game Reserve in de buurt van Mount Elgon, waar twee banda’s waren besproken. Da’s een stenen uitvoering van de traditionele Afrikaanse lemen ronde hut. Een bed en een wc, very basic indeed. Aan de guard gevraagd of hij wat kookgerij, bestek en een vuurtje kon organiseren. Na enige tijd werd de bestelling incl. vuur, een doos houtskool en een originele Oegandese houtskool kookstoof afgeleverd en vervolgens hebben we met z’n allen een prima maaltijd bereid.
De volgende morgen de houtskool kookstoof weer aan geblazen om thee te zetten. Hollie, onze gids en chauffeur, is completely addicted to tea, dus daar moet je goed voor zorgen. Verder cornflakes van een plat bord of met een vork uit een kopje gegeten als ontbijt. En dan op pad. Via een lange, splinternieuwe nauwelijks gebruikte snelweg verder naar het noorden, voor de afwisseling natuurlijk ook een groot stuk dirt road. En dan een bui à la the Nile special. Overal water, spekglad, tegenliggers, kortom best een heftige tocht naar Kotido, waar we op een missionarissenpost van de Oegandese kerk onderdak vinden. Ook nogal basic. Down town gegeten: matoke (bananenpasta), chapati’s (pannenkoekjes), pocho (maïspasta), bonen, rijst, kip en een onbestemd stukje geit. Nogal vullend en nagenoeg vrij van smaak. Eten ze hier twee keer per dag, hun leven lang….
De volgende dag van Kotido naar Apoka Lodge in Kidepo Valley National Park. Onderweg een bezoek gebracht aan de Karamojong, een nog heel traditioneel levende stam. Binnen no time was het busje omringd door een grote schare giechelende gitzwarte kindertjes, meiden, jongens en zo mogelijk, nog harder giechelende oudere vrouwen. Zeker toen er vijf van die grote mzungu’s uitstapten, steeg de verbazing (en lol) tot grote hoogte. Eerst moest er onderhandeld worden met de chairman van het dorp of we welkom waren en of we foto’s mochten maken. In zo’n dorp wonen verdeeld over een aantal miniata’s misschien wel 500 mensen, samen met hun koeien en geiten, binnen een omheining van gevlochten takken ter bescherming tegen nachtelijke rooftochten van o.a. hyena’s. De toegang was zo nauw dat ik er alleen op mijn knieën in kon. Eenmaal binnen konden wij, gevolgd door een grote schare kinderen, jonge vrouwen met kind aan de borst en een paar oma’s, een kijkje nemen in hun manier van leven. Een oudere vrouw, die mij verwelkomde, spoog eerst eens flink in haar hand voordat ze een hand gaf. Teken van respect, begreep ik later….
Geen elektriciteit, niets anders te drinken dan bruin modderig water in een paar plastic vaten, heel veel kinderen -in sommige gezinnen wel 16 of meer; family planning komt hier niet erg van de grond. Toch wel iets heel anders dan onze verwende westerse levensstandaard. Ze verdienen een beetje geld met de verkoop van houtskool, de nationale brandstof van Afrika, en het verhandelen van vee. Elke foto die we maakten moest onder grote hilariteit worden getoond aan de kinderen en ouderen, die zichzelf waarschijnlijk voor het eerst terugzagen. Na met de chairman te hebben afgerekend, zijn we verder gegaan naar Apoka Lodge in het noorden bij de grens met Zuid Soedan.
We werden allerhartelijkst ontvangen, kregen uitleg over de ‘kampregels’ en kregen onze eigen butler en housekeeper, David en Samson, toegewezen, die ons verblijf van alle gemakken moesten voorzien. Vervolgens naar ons ‘huisje’ met een onwaarschijnlijk mooi uitzicht vanaf het balkon, een luxe badkamer, een heerlijk hemelbed met een alles omhullende klamboe! Na twee nachten very basic verblijf en drie dagen stuiteren over de Oegandese wegen toch wel een heel groot contrast!
De volgende dag om zes uur op voor een gamedrive. Dennis, onze goedlachse gids, nam ons mee op safari door het park. Waterbokken, een aap, wrattenzwijnen, giraffen, buffels, impala’s en onwaarschijnlijk veel bijzondere en vooral kleurrijke vogels gezien. Op grote afstand ook nog een kudde olifanten gezien en drie leeuwen en een stuk of 40 gieren bij een dode buffel. Aan het eind van de middag een game drive in de schemering gemaakt (om zeven uur gaat hier het licht uit en om kwart over zeven is het echt donker). Onderweg nog even de zonsondergang bekeken met een glaasje gin-tonic in de hand. Ja, zo ga je hier op Apoka Lodge op safari…. Heel vervelend allemaal.

P1120575 P1120631
Rond acht uur waren we terug op de lodge alwaar men een romantische braai bij maanlicht aan de rand van het zwembad had georganiseerd. Zelfs de sterrenhemel was men niet vergeten aan te zetten. Maar ook aan Apoka Lodge komt een eind. Vroeg op voor de reis (ca 350km, waarvan zo’n 300km dirt roads en de rest tarmac) van Apoka Lodge naar Pakwach, aan de oevers van Lake Albert, waar we twee nachten in Bwana Tembo Lodge zouden overnachten. Onderweg geluncht met Rolex’en in Gulu. Rond zes uur ‘s avonds aankomst in Bwana Tembo, alwaar de eigenaar, een uitgebluste Italiaan, ons ongeïnspireerd op hing te wachten. Van de olifanten, die met enige regelmaat door de lodge banjerden, moesten we ons maar niet veel aantrekken, dan gaan ze vanzelf weer weg, aldus de eigenaar. En dat gold ook voor de bavianen.
Hollie was inmiddels toe aan een potje armpje drukken met Sverre. Hollie, een bush mens bij uitstek, gediplomeerd gids en vaardig vogelaar, voelde zich “bedreigd” door Sverre, die in de anderhalf jaar, dat hij nu in Afrika is, zich heeft ontwikkeld tot een verdienstelijk vogelaar. Hij heeft inmiddels rond de 250 vogels (van de meer dan 1000 die hier in oost Afrika voorkomen, gezien). Pro forma heb ik me ook maar aangemeld in de wetenschap deze competitie nooit te kunnen winnen. Tenzij ik de shoebill zou spotten, een ooievaar met een snavel als een uitgelopen pantoffel. Maar helaas, ook deze game changer is me niet voor de lenzen gekomen. And the winner is Sverre met 43 soorten en second best is Hollie met 41 soorten.
‘s Middags game drive door het Murchison Falls National park. Schitterend park, veel giraffen, olifanten, hartebeast, warthogs, waterbokken, nijlpaarden, en op het scheiden van markt toen het al hartstikke donker was de droge mededeling van Hollie: ‘in front right a leopard’. Stond op zijn gemak in het licht van de schijnwerper van Sverre, een beetje te drinken, ons aan te kijken en kuierde vervolgens het donker in, gevolgd door de oplichtende ogen van allerlei beesten die duidelijk wat minder op hun gemak waren. Verder nog een stuk of wat mongooses gezien en een paar janets en een civetkat (kattensoort). Vervolgens als een speer naar de uitgang. We waren inmiddels één uur na sluitingstijd en dat zou zomaar 30$ per persoon boete kunnen opleveren. Maar met een perfect toneelstukje van Anke (bril op de auto gelegd om foto te maken, vergeten en weggereden, waardoor we terug moesten om te zoeken) kletsten we ons het park uit. Well done!
Vlak bij Bwana Tembo reden we bijna een knoepert van een olifant van de sokken, die in de berm op zijn gemak stond te grazen. Anke deed uit voorzorg gelijk maar haar raampje dicht, hij stond tenslotte aan haar kant…. Verderop stond een mannetje met een brommer (een boda boda) te wachten tot de olifant zou verdwijnen; olifanten hebben een hekel aan het geluid van een brommer en dat wist dat mannetje ook. Dus heeft Hollie in het hartstikke donker het busje gekeerd (op een weggetje dat niet breder was dan het busje lang) en onder dekking van het busje is het boda boda mannetje langs de olifant geloodst. Daarna busje weer gedraaid en weg vervolgd.
Het is 1 april en voor vandaag staat een vaartocht over de Nijl op het programma. Vertrekt normaal om zeven uur, maar omdat wij de enigen waren, was acht uur ook goed. Je bent in Afrika of niet. Busje met een veerpontje naar de overkant en wij met een motorbootje. Vervolgens ruim vijf uur op de Nijl gevaren. Eerste vogel die we hebben gezien was, ja hoor de shoebill, wat bijzonder en …..wat een lelijkerd! Verder heel veel, ik geloof wel 45 soorten vogels gezien, waaronder de Giant Kingfisher. Veel nijlpaarden, een paar krokodillen, olifanten en andere soorten waar we eigenlijk niet meer van opkijken. ‘s Middags naar Murchison River Lodge.
De volgende dag, 16 april, mijn verjaardag, zal me nog lang bij blijven. Vroeg weg want een hadden een drukke dag voor de boeg met een strak tijdschema. De auto van Sverre en Anna heeft in deze vakantie een servicebeurt gehad en zou rond drie uur worden opgehaald bij de garage in Kampala. En van de lodge waar we nu waren, is dat ongeveer zes uur rijden. Dus als we om zeven uur in de auto zouden zitten, konden we ook nog even langs de Murchison Falls, als je dan toch in de buurt bent moet je ze gezien hebben. En dan om negen uur vertrek naar Kampala. Maar de praktijk bleek deze dag aanmerkelijk weerbarstiger te zijn dan de theorie.
Bij het ontbijt werd Guus enorm verrast op een (hele stevige) chocoladetaart met luid gezang van ‘Happy birthday to you’ door de staf van Murchison River Lodge. Het aansnijden van deze taart vergde enige krachtsinspanning en leidde ertoe, dat we niet om zeven uur maar om half acht vertrokken naar de watervallendoor een gebied waar het miechelde van de tse tse vliegen, een soort daas, die heel gemeen en ook graag bijt. Ramen dicht dus! Voorspoedige reis naar de Murchison Falls; indrukwekkend om te zien hoe de volledige inhoud van de Nijl door een smalle kloof wordt geperst. Volgens schema om negen uur vertrek naar Kampala, volgens Hollie grotendeels over tarmac roads.
Totdat we geheel onaangekondigde road works tegenkwamen. Een stuk of 40 bergen grond die over een lengte van ca 250m midden op de weg waren gekieperd met het idee daar later de weg mee te egaliseren. ‘Later’ is in Oeganda een ruim gedefinieerd begrip, dat kan morgen zijn (meestal niet), maar ook over drie maanden (meestal). We’re working on it. Hier was in ieder geval in geen velden of wegen iets of iemand te bekennen. Wachten was dus geen optie. Omdraaien was volgens Hollie evenmin een optie: ‘we can do it’. Yes, we can! En bovendien, uit de sporen naast de bergen grond was te zien dat anderen ons voorgegaan waren. Dat hebben we geweten! Als je nu weet dat april regentijd is in Oeganda en dat de bergen grond plus het stukje berm wat nog over was, inmiddels behoorlijk met water waren verzadigd, kun je vervolg een beetje inschatten. Tot aan de assen in de bagger, niet vooruit of achteruit kunnen, kortom hopeloos stucked in the mud. Hollie tegen de mannen: ‘you’ll have to go out and push the car’. Sverre en ik in ons underwear, af en toe tot bijna aan de knie wegzakkend in de prut (mengsel van rode klei en grof metselzand), gravend, duwend, trekkend en zwetend de auto door de prut gewerkt. Al met al zijn we zeker anderhalf uur bezig geweest om 250 m vooruit te komen. Happy birthday! Geluk bij een ongeluk was, dat hier geen tse tse vliegen zaten. Count your blessings! Gehavend aan handen en voeten door het scherpe zand en de ergste modder een beetje afgespoeld met een flesje water, hebben we de reis voortgezet.
Daarna nog met enige regelmaat de auto moet ontdoen van een invasie tse tse vliegen door ze dood te meppen. Eenmaal het asfalt bereikt, heeft Hollie hem flink op zijn staart getrapt en lange tijd zag het er naar uit dat we rond half vier bij de garage in Kampala zouden kunnen zijn. Totdat we in Kampala aankwamen!
Het verkeer in die stad is een regelrechte ramp! Iedereen interpreteert de verkeersregels (zo die er zijn) op volstrekt eigen wijze, iedereen wil de eerste zijn, iedereen denkt dat de baan naast hem sneller is. Dat is niet zo, maar het leidt er wel toe dat er een file van vier rijen dik ontstaat, terwijl er maar ruimte is voor twee, waardoor ook de tegenliggers geen kant meer opkunnen. En iedereen probeert de giga gaten in de weg te ontwijken, waardoor er weinig effectieve wegruimte overblijft. Het voornaamste probleem is dat er heel erg veel ‘iedereen’ is, vooral boda boda’s, matatu’s, heel veel voetgangers, grote vrachtwagens die samen strijd leveren om elke vrije m2. Het verkeer in Rome is er heilig bij! Tot overmaat van ramp begon het ook nog eens flink te plenzen, wat het er allemaal niet overzichtelijker op maakte. Is er dan geen politie om e.e.a. in goede banen te leiden? Ja, die is er wel, maar die kunnen niet tegen regen of ze kijken net de andere kant op. Uiteindelijk is Sverre op een boda boda naar de garage gegaan om de auto op te halen en wij hebben onze weg voetje voor voetje voortgezet. Rond zes uur bij de Acacia Mall elkaar weer getroffen en de spullen overgeladen van het busje van Hollie in de auto van Sverre en Anna. Dat paste maar net! Aangezien Sverre en ik nog steeds niet toonbaar waren, was de behoefte aan 2) een douche en 1) een biertje erg groot.
Op naar de Red Chili, een uitstekend, betrekkelijk nieuw hostel aan de rand van Kampala. Inmiddels was het donker geworden en in het donker door Kampala rijden is evenmin een aanrader. Het gebruik van de (auto)verlichting is een optie maar bepaald geen gewoonte hier, het kost alleen maar benzine, maar als je dan toch licht aandoet, dan bij voorkeur groot licht opdat je de tegenliggers en de gaten in de weg goed kunt zien. Wat die tegenligger dan ziet, is van ondergeschikt belang. Anarchy by night. Een taxi is dan een zeer aanbevelenswaardig transportmiddel!
‘s Avonds ter afronding van de vakantie van Anna en Sverre, als afscheid van Hollie en als birthday party gegeten bij Mediterraneo, een restaurant voor de betere burgers van Kampala, expats etc. Hollie wist niet wat haar overkwam. Stuur Hollie met alleen een zakmes de bush in en ze komt er na drie weken kicking and alive weer uit, maar wat gnocchi zijn en wat prosecco is, gèèèèèèn idee! Kortom, een kat in een vreemd pakhuis ten voeten uit! Bovendien was ze stik zenuwachtig omdat ze de baan van haar dromen aangeboden had gekregen in Botswana, hier zo’n 3500 km vandaan. En morgen zou ze haar laatste interview hebben. Ze is overigens aangenomen. Tegen de tijd dat we aan het dessert toe waren, klonk achter uit de zaak wederom Happy Birthday. Goh, dacht ik nog, wat leuk, nog iemand jarig! Maar nee, wederom was ik de Sjaak. Een heerlijk stuk tiramisu met één kaarsje werd voor ons op tafel gezet onder begeleiding van de hartelijke felicitaties van de zaak. Om 11 uur weer met de taxi naar de Red Chili. Wat een (verjaar-)dag! En wat een mooie kennismaking met Oeganda!
Lekker uitgeslapen in de Red Chili. Beetje gezwommen, stevig verbrand. Even in de zon moet kunnen, maar niet hier nagenoeg boven op de evenaar. Rond twee uur vertrokken naar de thuisbasis van Anna en Sverre, Mihingo Lodge bij Lake Mburo, een uur of vier rijden als je Kampala eenmaal uit bent. Zondag, je zou zeggen dan is het wat rustiger. Maar niet in Kampala. Duurt minstens één uur voordat je de stad uit bent. Onderweg de echte evenaar gepasseerd, wat gegeten en wat souvenirs gekocht.
Rond acht uur aankomst op Mihingo Lodge, hartstikke donker, dus geen idee hoe het eruit ziet, dat zien we morgen pas. Wel erg veel water op en langs de ‘oprijlaan’ van een kilometer of 20. Dat hadden ook Anna en Sverre nog niet eerder meegemaakt. Oorverdovend geblub van kikkertjes. Later zullen we horen dat het hier drie dagen heeft geregend. De tent waar we slapen, Kazuma, ziet in elk geval geweldig uit. Halletje, mooie badkamer met toilet, een met een rieten dak overdekte tent en een balkon met uitzicht op de bush. Wel de boel dicht houden i.v.m. apen die de tent wel eens willen plunderen. En een bed waar met gemak vier man/vrouw naast elkaar in kan. Heerlijk geslapen. Om acht uur gewekt met een kopje thee en koffie op het balkon. En op naar het restaurant voor het ontbijt. Dan blijkt pas goed op wat voor een geweldige plek we zijn aanbeland! Uitzicht op een waterpoel waar zebra’s, wrattenzwijnen, buffels en impala’s elkaar verdringen voor een slokje water. Vriendelijke mensen, die allemaal blij zijn dat Anna en Sverre er weer zijn. Na een beetje te zijn geland, hebben we samen met Sverre het project moestuin bekeken. Heel veel basilicum (terwijl ze slechte mozzarella hebben), nog heel veel meer munt (terwijl de muntsaus in Kampala wordt besteld en muntthee niet in het drankenassortiment zit), niet gediefde en niet opgebonden tomaten, kortom nog heel veel werk aan de winkel voor de tuinman. Ook nog even bij de paarden gekeken, die hier vreemd genoeg veel minder stinken dan thuis. Maar het blijven wel paarden…. Paardrijden was so wie so geen optie, want het draagvermogen van die beesten is beperkt tot 90 kg en wij wegen samen ongeveer 200kg.
Anna was inmiddels weer bij met de boekhouding. ‘s Avonds heerlijk gegeten. Ondanks dat er nog vier andere gasten waren aangekomen, is het erg stil op de lodge. Wel lekker voor Anna en Sverre om rustig op te starten.
Vanmorgen om acht uur kopje koffie en thee op het terras. Door de vele regen hing er een redelijk dikke mist in de vallei, die in de loop van de ochtend optrok. Vandaag plannen gemaakt voor de rest van de week. Conclusie: we blijven op de lodge want de uitdaging om ons met een onbekende auto te begeven in links rijdend verkeer wat zich aan geen enkele regel houdt, op dirt roads en op asfaltwegen met gaten zo groot als een paddenpoel en een bewegwijzering die nog moet worden uitgevonden, is me te groot.
Vanmiddag met Moses een wandeling gemaakt in de omgeving. Mooie vogels gespot, waaronder drie verschillende ijsvogels (Striped en de grey headed kingfisher en nog een). Een vraag die me deze vakantie is gaan bezig houden is of er een evolutionaire reden is waarom vogels in de tropen er zoveel exotischer uitzien dan bij ons. De meest spectaculaire kleurencombinaties zie je hier, terwijl je bij ons niet verder komt dan de rood- en de blauwborst, de ijsvogel en de wielewaal. Anybody? Maar ook wel heel bijzonder om tussen de warthogs, zebra’s, topi’s, buffels, impala’s en waterbokken te wandelen.
Om acht uur koffie en thee op terras begint een gewoonte te worden, die we thuis ook maar eens moeten invoeren. Toch eens met buurman Bram over hebben. Vanmorgen met Sverre mee geweest naar een lokale boerin, wier kalf vannacht door een luipaard was aangevallen en verwond aan zijn hals. Het beleid van Mihingo Lodge is om die schade te vergoeden (compensation) omdat de boeren anders de luipaarden afmaken, bijv. door een karkas te vergiftigen. En dat is weer niet goed voor de aantrekkelijkheid van Lake Mburo National Park. Dus de boerin kreeg 50.000 USH (15$) om geneesmiddelen voor haar kalf te kopen.
’s Avonds diner for two op het plateau waar de bush baby’s, een soort nachtaapjes, gevoerd werden. Anke wilde daar voor het eten nog wel even kijken, maar volgens Michel, de barman, waren er deze avond geen bush baby’s. Later bleek waarom. Sverre en Anna hadden op het bush baby platform een tafel laten dekken voor een romantisch diner onder de Afrikaanse sterrenhemel, compleet met kaarsen en olielampjes. Wat een mooie verrassing! Ronah, onze serveerster, stelde zich onder luid gegiechel voor als ‘onze eigen bush baby. Geweldige avond!
Vanmorgen om zeven uur met Moses en Nicholas wezen vogelen bij het meer. Beetje mistig om te vogelen maar toch nog een Afrikaanse visarend gezien en een hamerkop. Om 10 uur terug voor het ontbijt. Beetje gelummeld bij het zwembad, boek gelezen. ‘s Middags om vier uur vertrek voor een gamedrive by night met Anna en Sverre, Charles de chauffeur en Fred de barman. De bar is een belangrijk onderdeel van een gamedrive. Weer een heel scala aan beesten voorbij zien komen, zelfs een eenzaam nijlpaard in zijn privé modderpoeltje en een stuk of zeven giraffen. Vogels zijn hier bijna zonder uitzondering bijzonder kleurig of hebben een bijzonder lange staart. Erg onhandig om mee te vliegen…

P1130169
Na een ingewikkelde off track route met de auto door het struikgewas op een heuvel aanbeland bij Lake Mburo. Omringd door de buffels, geweldig uitzicht, biertje, leuk gezelschap, helemaal ome Arie op safari! Op de terugweg, in het hartstikke donker (om half acht is het hartstikke donker) nog naarstig gespeurd naar een luipaard, maar helaas niet gespot. Wel een janet, paar mongooses en een hele mooie uil in de top van een boom. Om negen uur aan het diner en om 10 uur naar bed.
De gebruikelijke koffie en thee om acht uur op het balkon en om negen uur aan het ontbijt. Het is erg stil in de Lodge, we zijn de enige gasten. Vandaag van huisje gewisseld, Sverre en Anna vinden het prettig als we ook in andere huisjes slapen om kritisch naar de kwaliteit te kijken. Anke was bovendien uitgekeken op het uitzicht en zoals een het een echte miss Bouquet betaamt, gaan we dan op zoek naar een ander uitzicht. Personeel sjouwt de tassen wel achter je aan….
Vanmiddag zouden we om drie uur worden opgehaald voor een boottochtje wat om vier uur zou vertrekken. En het was een klein uurtje rijden. Kwart over drie nog geen auto. Sverre maar eens opgezocht of de afspraak misschien verkeerd in de boeken terecht was gekomen. Met de stoom uit zijn oren naar de garage gebeld, waarna bleek dat de auto niet wilde starten, net als vanmorgen. Met nog meer stoom naar de garage waar bleek dat ze met acht man aan het darten waren. Auto deed het binnen vijf minuten. Je bent in Oeganda of niet…. Het was inmiddels vijf over half vier geworden en wij waren teruggegaan naar het huisje met de gedachte ‘dit gaat’m niet worden’. We hadden geen zin om over dirt roads te racen en als een scrambled egg net te laat bij de boot aan te komen. Dan maar naar het zwembad. Onderweg, inmiddels kwart voor vier, kwamen we Charles tegen, onze chauffeur. ‘Oh, there you are, I’ve been waiting for you’. Je bent in Oeganda of niet….
Vandaag de laatste volle dag op Mihingo Lodge. Anke is helemaal gemasseerd en lekker in het vet gezet door Fred. Ik heb mijn beurt overgeslagen omdat mijn rug nog te gevoelig was door het verbranden in de Red Chili. ‘s Middags een poging gedaan om hyena’s te spotten. We hadden ze tot nu toe wel ‘s nachts gehoord, maar nog niet gezien. Overdag zouden de hyena’s zich schuil houden op de z.g. hyena-den, een rotsformatie (kopje), waar ze wegkropen in de schaduw van de spleten tussen de rotsen. Maar no hyena’s today.
Om half acht vertrokken voor een laatste vroege gamedrive. Mburo National Park blijft een schitterend gebied met buffels, zebra’s, topi’s, elanden, waterbokken, nijlpaarden en talloze vogels, de een nog mooier dan de ander.
Grootste verrassing was echter het ontbijt in dat weergaloos mooie landschap. We zouden rond een uur of 10 terug zijn op de Lodge, ontbijten en gaan inpakken. Maar dat liep anders. Wij rijden daar dus rond en zien op een gegeven moment een ander bekend busje staan, en wat later een gedekte tafel en nog wat later een paar inmiddels bekende medewerkers van Mihingo Lodge. En tenslotte de brede smile van Sverre en Anna, die in alle stilte een breakfast in the bush hadden georganiseerd. Hoe ik m’n eitje wilde: gekookt, gebakken, gepocheerd of scrambled….. Er was zelfs aan een bush plee gedacht! Wij waren sprakeloos en eigenlijk ook wel een beetje ontroerd door zoveel liefde en aandacht. Geweldig!
Sverre toverde uit zijn rugzak ook nog eens een fles bubbels en zo zaten wij op onze laatste dag in Oeganda aan een champagneontbijt in de bush. Wie had dat durven dromen!
Aan alles komt een eind, zo ook aan deze vakantie. Om twee uur zouden we opgehaald worden door een special hire (privé taxi). Een matatu was toch even te heftig voor deze twee “oude” knarren.
Het afscheid van Anna en Sverre viel ons erg zwaar. Na anderhalf jaar alleen contact via mail en Skype te hebben gehad, is drie weken intensief met elkaar op trekken toch wel andere koek. Het was een geweldige vakantie, dankzij deze twee kanjers!
En eigenlijk verliep de terugreis een beetje in mineur, in het besef dat het afgelopen was en dat we Anna en Sverre voorlopig niet meer zouden zien.
Zes uur in een taxi, waarvan het laatste uur over een verschrikkelijk stoffige en very bumpy dirt road, vier uur wachten op de toch wel naargeestige luchthaven van Entebbe na drie keer zogenaamd te zijn gecontroleerd, ‘s nachts van half 12 tot 7 naar Schiphol vliegen zonder te kunnen slapen, aankomen in het strak geordende Nederland waar het zes graden was (24 april, inmiddels regent het).
Een koud huis, agenda’s en telefoons die beginnen te piepen. Waren we nog maar in Oeganda. Volgens mij noemen ze dat heimwee! But we’ll be back!! Anna en Sverre gaan op zoek naar een andere baan, ergens in Afrika; de uitdaging van Mihingo Lodge is er een beetje af. Neemt niet weg dat we groot respect hebben voor wat die twee daar presteren. Het klinkt zo eenvoudig “wij runnen een lodge in Afrika”, maar als je dan met eigen ogen ziet wat daar allemaal bij komt kijken, dan vervult je dat met heel veel trots. Chapeau!

By Guus en Anke, 16 mei 2016.

About Anna van Doorn

Comments are closed.

Scroll To Top